Marktonderzoek Cloud Sourcing

 
14 June 2016

Tekst Rikke van der Heide en Merel Schrijver

Met Cloud Sourcing 2016 wil Giarte helderheid scheppen in de markt voor cloud-IT. In dit marktonderzoek zijn IT-beslissers gevraagd naar hun motieven voor, verwachtingen van en ervaringen met het gebruik van cloud-IT.

In dit hoofdstuk lichten we de onderzoeksmethode en respondenten toe. Daarna presenteren we de onderzoeksresultaten: wat verwacht men vooraf van cloud-IT, en welke motieven hebben organisaties om op cloud-IT over te stappen? Dan bespreken we wat er daadwerkelijk gebeurt in de cloud: wie kiezen voor welke typen cloud-IT, en welke producten nemen ze af? En tot slot: hoe wordt cloud-IT ervaren door IT-beslissers en de business?

Onderzoeksopzet
In januari 2016 heeft Giarte IT-beslissers – van in Nederland actieve ondernemingen en instellingen – benaderd om deel te nemen aan dit onderzoek, gebruikmakend van Giarte’s eigen database van 2.393 IT-beslissers. In totaal hebben respondenten van 316 verschillende organisaties deelgenomen aan het onderzoek. De online vragenlijst bestond, afhankelijk van de gegeven antwoorden, uit maximaal 20 vragen, waarvan één open vraag. De vragen verschilden naarmate respondenten wel (N=273) of geen (N=43) ervaring hebben met cloud-IT. Door de opzet van het onderzoek verschilt het aantal respondenten per vraag. Bij iedere grafiek is daarom het aantal respondenten weergegeven waarop de betreffende resultaten zijn gebaseerd.

Figuur 1 - Organisatiegrootte

Figuur 2

Figuur 3

Figuur 4

Figuur 5

 

Voorbereiding op de cloud

Van de 316 organisaties uit het onderzoek heeft 86 procent ervaring met cloud-IT. Van de organisaties die geen ervaring hebben met cloud-IT geeft slechts 11 procent aan dat er ook geen plannen zijn voor toekomstige adoptie van cloud-IT.

 

Figuur 6

 

Waar start de oriëntatie op cloud-IT?
Meer dan de helft (54%) van de organisaties zou de oriëntatie op cloud-IT starten via de huidige IT-leverancier. 38 procent van de organisaties zou starten bij een onafhankelijke externe adviseur en 35 procent bij IT-specialisten binnen de eigen organisatie. Het komt ook voor dat organisaties hun oriëntatie starten bij meer dan één partij. Dat veel organisaties hun oriëntatie starten bij hun huidige IT-leverancier is te begrijpen wanneer cloud-IT gezien wordt als de volgende stap in outsourcing (zie het artikel: Cloud-IT is ook outsourcing). De IT-leverancier is immers al verantwoordelijk voor de IT-omgeving van de klant en vervangt nu de fysieke IT-infrastructuur door een gedeelde infrastructuur. Organisaties moeten zich hierbij wel bewust zijn van het risico op een mogelijke vendor lock-in.

Verdient de regie meer aandacht dan techniek?
Aan de respondenten die nu nog geen cloud-IT gebruiken is gevraagd wat hun inschatting is van de hoeveelheid aandacht die de verschillende onderdelen van een cloud-implementatie vragen.

Verwacht wordt dat het borgen van de security, risk en compliance veel aandacht vergt bij de implementatie van cloud-IT. Ook is de verwachting dat het ontwerpen van de (nieuwe) IT-architectuur veel aandacht kost. Het organiseren van de samenwerking met de IT-leverancier, de samenwerking met de business en het inrichten van de regie op SIAM (Service Intergratie and Management) wordt door de respondenten gezien als een aandachtspunt bij de implementatie van cloud-IT. De technische inrichting van de dienst kost de minste aandacht, zo is de verwachting. Opvallend is dat respondenten verwachten meer aandacht te moeten besteden aan organisatorische aspecten van een cloud-implementatie (zoals het organiseren van de samenwerking) dan aan de technische aspecten (bijvoorbeeld het technisch inrichten van de dienst of de integratie van cloud-IT met de bestaande omgeving).

Dat organisatorische aspecten bij een cloud-implementatie naar verwachting veel aandacht kosten is goed te begrijpen. Er moeten goede afspraken gemaakt worden met de leverancier over de security en compliancy.

Bovendien zullen er rondom het beheer van assets werkzaamheden komen te vervallen. Het organogram moet op zijn kop, medewerkers moeten worden bijgeschoold of vervangen. Een bestaand applicatielandschap omzetten naar een applicatielandschap dat voldoet aan de cloudnative architectuurprincipes kan echter ook in technisch opzicht voor grote uitdagingen zorgen omdat veel bestaande code moet worden herschreven. Door de hoeveelheid werk en grote kans op fouten kiezen veel organisaties niet voor deze aanpak.

 

Figuur 7

Waarom cloud-IT?

Waarom kiezen organisaties ervoor om gebruik te maken van cloud-IT? En hoe verschillen deze motieven per type organisatie of per sector? Respondenten werkzaam bij organisaties mét ervaring in het gebruik van cloud-IT is gevraagd wat de motieven waren om gebruik te gaan maken van cloud-IT.

 

Figuur 8

 

Snelheid belangrijker dan kosten
Organisaties kiezen vooral voor cloud-IT met als doel het wendbaar maken van de organisatie. Het gaat dan om het flexibiliseren van de interne IT-omgeving, het vergroten van het innovatief vermogen en verlagen van de time-to-market, en het vereenvoudigen van het IT-landschap. Kostenverlaging is minder vaak een belangrijke reden om naar de cloud te gaan. Hierbij spelen factoren mee als het reduceren van de interne IT-beheeractiviteiten, het verlagen van de totale IT-kosten en het verlagen van de IT-capex. Blijkbaar weegt het toevoegen van waarde aan de business, bijvoorbeeld het sneller kunnen anticiperen op veranderende omstandigheden, zwaarder dan het besparen van kosten. Waarom is die snelheid zo belangrijk? Snelheid is de nieuwe stabiliteit. Waarom in zes weken van test naar release gaan als het ook in zes minuten kan? Waarom drie jaar bezig zijn met een project als je ook in drie maanden tijd met een minimal viable product kunt komen? Cloud maakt het gemakkelijker, laagdrempeliger en goedkoper om te versnellen en te experimenteren, en een kortere time-to-market draagt bij aan het concurrentievermogen.

Waarom gaan grote en kleine organisaties naar de cloud?
Het meest genoemde motief voor de adoptie van cloud-IT is het flexibiliseren van de IT-omgeving. Voor grote organisaties met meer dan 1.000 eindgebruikers weegt dit motief nog zwaarder dan voor kleinere organisaties. Het vergroten van het innovatief vermogen en het verkorten van de time-to-market zijn voor organisaties van deze omvang ook belangrijk terwijl dit voor kleine organisaties juist minder belangrijk is. Deze resultaten zijn te verklaren doordat grote organisaties vaker dan kleine organisaties te maken hebben met complexe IT-omgevingen; veel verschillende applicaties, veel legacy en vaak verspreid over meerdere locaties. Het snel doorvoeren van wijzigingen is dan relatief lastig, terwijl de business wel vraagt om de laatste technologieën en innovaties. Kleinere organisaties hebben vaak een minder complexe IT-omgeving waardoor het eenvoudiger is de omgeving aan te passen.

Ook het verlagen van de IT-capex weegt voor organisaties met meer dan 1.000 eindgebruikers zwaarder dan voor organisaties met minder dan 500 eindgebruikers. Grote organisaties hebben vaak geïnvesteerd in eigen datacenters. Deze datacenters hebben de capaciteit om piekbelasting op te vangen. Wanneer deze capaciteit echter niet nodig is, hebben ze te maken met overcapaciteit. Door gebruik te maken van cloud-IT kunnen deze kapitaalintensieve investeringen (capex) worden omgezet in operationele kosten (opex). Bovendien draagt de verschuiving van capex naar opex bij aan een wendbaardere organisatie doordat IT-kosten beter kunnen worden afgestemd op het presteren van de organisatie.

Motieven per sector
Voor organisaties uit de publieke sector is het verlagen van de IT-kosten een minder belangrijk motief voor de adoptie van cloud-IT (23%) dan voor organisaties uit het bedrijfsleven (37%). Het opruimen van legacy-IT is in de transport- en logistieksector vaker belangrijk (44% van de organisaties) dan in de overige sectoren (16% van de organisaties). Transport-, trein- of vliegtuigmaatschappijen maken nog veel gebruik van mainframes voor het verwerken van grote hoeveelheden data. Het vervangen van deze systemen is complex en duur, waardoor deze systemen nog lang in gebruik gebleven zijn. Het verhogen van de informatiebeveiliging is vaker een belangrijk aspect in de zorgsector (35% van de organisaties zag dit als leidend) dan in overige sectoren (14% zag dit als leidend).

Gebruik van cloud-IT

Van de 316 organisaties uit dit onderzoek hebben 273 ervaring met cloud-IT. Wie zijn zij? Wat geven ze uit en aan welke diensten en producten? Zijn er verschillen tussen kleine en grote organisaties? Welke producten worden ingezet voor welke doeleinden? Hoe wordt cloud-IT gesourced en wie regelt Service Integratie en Management (SIAM) van de verschillende serviceproviders?

Wie gebruikt de cloud?
De omvang van het aantal eindgebruikers lijkt in onze onderzoeksgroep niet van invloed op de beslissing om cloud-IT te gebruiken: grote bedrijven hebben niet meer ervaring met cloud-IT dan organisaties met kleinere aantallen eindgebruikers of een kleine IT-afdeling. Organisaties in de IT & telecom, productie & industrie en de financiële sector maken relatief veel gebruik van cloud-IT. Organisaties in de publieke en zorgsector lijken minder geneigd gebruik te maken van cloud-IT. Beide sectoren werken veel met privacygevoelige gegevens, waarvoor goede databescherming essentieel is. Zolang de privacybescherming voor deze organisaties niet gewaarborgd is, stappen deze organisaties niet over naar de cloud. Om ook klanten in de zorg te bedienen, bieden leveranciers tegenwoordig vaak een cloudomgeving aan die specifiek gericht is op de zorg en voldoet aan de NEN 7510-norm. Deze norm is ontwikkeld voor informatiebeveiliging in de zorg met een nadruk op privacybescherming. De overheid speelt in op de databeveiliging door het inrichten van een Rijks-cloud. Deze Rijks-cloud wordt geleverd vanuit vier eigen datacenters waardoor de overheid volledige controle heeft over de inrichting en het beheer. De genomen maatregelen voor de privacybescherming en de druk om te bezuinigen vergroten de kans dat het gebruik van cloud-IT in deze sectoren de komende jaren een inhaalslag gaat maken.

Welk type cloud?
Verreweg het grootste gedeelte van de grote organisaties (met meer dan 1.000 eindgebruikers) maakt gebruik van zowel SaaS, PaaS als IaaS (40%). Kleine en middelgrote organisaties doen minder met PaaS dan grote organisaties. In vergelijking met IaaS, worden PaaS- en SaaS-diensten vaker in productie ingezet. Van de drie type clouddiensten wordt PaaS het minst gebruikt: 37 procent van alle organisaties geeft aan hier gebruik van te maken. Ook valt op dat er nauwelijks organisaties zijn die alleen PaaS gebruiken, zonder ook nog IaaS of SaaS af te nemen. Een PaaS-platform wordt ingezet door organisaties om zelf applicaties te ontwikkelen. Wanneer organisaties zich niet bezighouden met softwareontwikkeling, is PaaS niet relevant. SaaS- en IaaS-diensten zijn daarentegen wel dagelijkse praktijk.

Voor gebruik in productie is private IaaS populairder dan public IaaS. Public IaaS wordt wel vaker ingezet voor test- of back-updoeleinden. Voor veel organisaties is het een grote stap om hun (volledige) on-premise IT-omgeving te verplaatsen naar een publieke IaaS-omgeving. Organisaties kiezen daarom vaak voor een hybride vorm van private en publieke cloud. Wanneer datacontrole, beveiliging, compliancy, maatwerk en/of specifieke service-levels van belang zijn wordt vaak gekozen voor private IaaS. Wanneer schaalbaarheid, flexibiliteit, kosten en standaardisatie een rol spelen, dan ligt de keuze voor public IaaS voor de hand. Zo wordt public IaaS bijvoorbeeld vaker voor een testomgeving gebruikt, terwijl de productieomgeving nog on-premise of in het datacenter van de IT-leverancier draait. Ook hebben organisaties te maken met legacy-applicaties, waardoor een volledige overstap naar public IaaS vaak technisch complex is en daarmee minder voor de hand ligt.

 

Figuur 9

Figuur 10

 

Hoe wordt cloud-IT gesourced?
Waar nemen organisaties hun cloud-IT af? Via de IT-serviceprovider, direct bij de cloudleverancier of een combinatie van beide. De helft van de kleine organisaties (minder dan 500 eindgebruikers) neemt IaaS af via de IT managed serviceprovider, tegenover een kwart van de grote organisaties (meer dan 1.000 eindgebruikers). Deze organisaties kiezen er meestal voor om IaaS-producten direct af te nemen bij een cloudleverancier, of dit te combineren met afname bij de serviceprovider. SaaS wordt door 50 procent van alle organisaties afgenomen bij de ontwikkelaar van de clouddienst. PaaS en IaaS worden vaker (ook) gesourced via de IT-serviceprovider. SaaS-diensten werken vaak ‘out of the box’ waardoor de business, zonder tussenkomst van de IT-afdeling, deze diensten kan gebruiken. Zo kan de sales-afdeling zelf besluiten gebruik te maken van Salesforce en de HR-afdeling van Workday. Deze eenvoud is tegelijkertijd een risico voor organisaties, omdat de IT-afdeling geen controle meer heeft op de gebruikte applicaties en datastromen. Een IaaS- of PaaS- dienst is pas bruikbaar wanneer deze is geïntegreerd met de huidige IT-omgeving; vandaar dat deze vaker bij de huidige IT-serviceprovider wordt afgenomen.

We vroegen organisaties waar SIAM (Service Integration And Management) belegd is: wie zorgt voor het management en de naadloze integratie van verschillende leveranciers van clouddiensten? Uit ons onderzoek blijkt dat dit binnen grote organisaties vrijwel altijd bij de interne IT-afdeling wordt belegd, terwijl één op de drie kleine organisaties dit uit handen geeft aan de IT-serviceprovider. De inzet van een onafhankelijke regiepartij komt een enkele keer voor bij grote organisaties, bij kleinere of middelgrote organisaties nooit.

Kiezen grotere organisaties voor andere producten dan kleinere organisaties?
Microsoft Azure, Azure Stack, Salesforce en Force.com worden voornamelijk ingezet door grotere organisaties (meer dan 1.000 eindgebruikers). SAP Cloud is ook populair bij grote bedrijven; kleine en met name middelgrote bedrijven gebruiken dit minder. Google App Engine, het PaaS-platform van Google, is daarentegen relatief populair bij kleinere bedrijven. Hieruit blijkt dat Google grotendeels nog een consumentenbedrijf is en zijn sporen in de grootzakelijke markt nog moet verdienen. Hier komt langzaam verandering in: Apple’s iCloud maakt tegenwoordig gebruik van Google Cloud, en ook Spotify is gedeeltelijk overgestapt naar de clouddiensten van Google.

 

Figuur 11

Hoe ervaren organisaties de cloud?

Wat is de ervaring met het gebruik van cloud-IT? Welke aspecten van de implementatie vergden meer aandacht dan verwacht, welke doelstellingen zijn gerealiseerd, en hoe heeft de introductie van cloud-IT de tevredenheid van de business beïnvloed?

Aandacht
Over het algemeen hebben organisaties een realistische verwachting van de hoeveelheid aandacht die de verschillende aspecten van een cloud-implementatie kosten: gemiddeld gaf 57 procent aan dat de uitgevraagde aspecten van een implementatie evenveel aandacht vergden als verwacht. Zaken die volgens onze respondenten meer aandacht vroegen dan verwacht zijn de integratie met de bestaande IT-omgeving en het inrichten van SIAM (het management en de integratie van verschillende suppliers van clouddiensten). Het aanpassen van het Acces en Identity Management vraagt vooral bij grote organisaties meer aandacht dan  verwacht. Dat geldt ook voor het inrichten van de regie op de SIAM. Het is aannemelijk dat grote organisaties vaak een complexe IT-omgeving hebben en daardoor vaker dan kleine organisaties behoefte hebben aan een zware regieorganisatie.

 

Figuur 12

 

Gerealiseerde doelen
Organisaties die kiezen voor de cloud, doen dat met bepaalde doelstellingen. In ons onderzoek hebben we gevraagd of deze doelen ook zijn gerealiseerd. Eén van de meest genoemde doelstellingen is het vergroten van het innovatief vermogen en het verlagen van de time-to-market. Dit is ook vaak aangemerkt als grotendeels of volledig gerealiseerd. Een andere veelgenoemde doelstelling is het vereenvoudigen van het IT-landschap. Bij 36 procent van de organisaties is dit doel wel geformuleerd, maar niet tot nauwelijks gerealiseerd. Niet iedere doelstelling levert direct zichtbare resultaten op: zo geeft bijna 20 procent aan dat het nog niet valt te zeggen of het flexibiliseren van de IT-omgeving is gerealiseerd.

Binnen de publieke sector werd slechts 58 procent van de doelstellingen gerealiseerd; in andere sectoren was dit 76 procent. De doelstellingen: het verlagen van de IT-kosten, het flexibiliseren van de IT-omgeving, en het vergroten van het innovatief vermogen en verlagen van de time-to-market, zijn bij organisaties in de publieke sector minder vaak gerealiseerd dan bij organisaties in andere sectoren.

 

Figuur 13

 

Tevredenheid
Aan IT-beslissers met ervaring met cloud-IT is gevraagd hoe cloud-IT de tevredenheid in de business over IT-voorzieningen heeft beïnvloed. Opvallend is dat veel respondenten antwoorden dat de business eigenlijk weinig interesse heeft in of er gebruik gemaakt wordt van cloud-IT en op welke manier. “Clouddiensten die wij afnemen hebben geen wezenlijke verandering gebracht in de IT-functionaliteit die de business gebruikt” en “De gebruiker is eigenlijk niet geïnteresseerd in de oplossing, als het maar werkt”.

Alhoewel meer dan de helft van de respondenten aangeeft dat de tevredenheid van de business is toegenomen, geeft 40 procent aan dat deze onveranderd is gebleven. Dat lijkt niet slecht, maar gezien de investeringen in cloud – bijna de helft van de organisaties geeft meer dan 10 procent van het IT-budget uit aan cloud-IT – zou je mogen verwachten dat dit tot verbeteringen leidt. Bovendien geeft 5 procent aan dat de tevredenheid is afgenomen.

Eerder bespraken we doelstellingen van organisaties om cloud-IT in te zetten. Naarmate meer van deze doelstellingen zijn gerealiseerd, neemt de tevredenheid van de business over de IT-voorzieningen toe. Deze toegenomen tevredenheid kan een direct gevolg zijn van het realiseren van de doelen, maar zou ook kunnen samenhangen met een bedrijfscultuur waarin innovatie op IT-gebied prioriteit heeft. Dit leidt zowel tot het realiseren van doelen door middel van cloud-IT, als tot tevredenheid bij de eindgebruiker. Organisaties die het vereenvoudigen van het IT-landschap, het vergroten van het innovatief vermogen en het verkleinen van time-to-market als belangrijke doelstellingen zien, stellen vast dat de tevredenheid van de business is toegenomen. Wanneer het opruimen van legacy-IT een reden was om op cloud-IT over te stappen, neemt de tevredenheid in de business juist af. Organisaties uit de publieke sector zijn ook minder tevreden in vergelijking met organisaties uit andere sectoren.

 

Figuur 14

 

Take home message

  • Cloud-IT is happening. 86 procent van de organisaties in onze community maakt gebruik van cloud-IT en 10 procent is van plan dat op korte termijn te doen.
  • Organisaties gaan naar de cloud om te zorgen dat ze het tempo van de markt bij kunnen houden, niet omdat het direct kostenbesparend is.
  • Organisaties verwachten dat de organisatorische aspecten van cloud-implementatie meer aandacht kosten dan de technische aspecten.
  • Bij bedrijven waar de focus ligt op het wendbaar maken van de organisatie, zorgt cloud-IT voor een hogere tevredenheid van de business over de IT-voorzieningen.
  • Het integreren van cloud-IT in de bestaande IT-omgeving en de regie op SIAM worden over het algemeen onderschat: ze vragen meer aandacht dan verwacht.